Path 2Combined Shapecheckclipboardfacebookgithubglue icongoogle-plusinstagramlinkedinGroupsearchselectslideshareFill 57Group 3Group 2twitteryoutube
Menu
NL
Persistente-identificatie

Beeld: https://joinup.ec.europa.eu/sites/default/files/c0/7d/10/D7.1.3%20-%20Study%20on%20persistent%20URIs.pdf

Persistente identificatie

Deze projecten onderzochten hoe persistente URI’s voor cultureel erfgoedobjecten geimplementeerd kunnen worden en hoe ze het beheer en de uitwisseling van informatie over die objecten eenvoudiger kunnen maken.

Van erfgoedorganisaties wordt verwacht dat ze in een digitale samenleving informatie en beelden over cultureel erfgoedobjecten delen via het web. Mensen zoeken informatie over cultureel erfgoed via zoekmachines en verwachten langs die weg ook betrouwbare antwoorden te vinden.

Het web vormt een virtuele ruimte waarin documenten en andere informatiepakketten uitgewisseld worden tussen computersystemen. URI’s vervullen daarin de rol van adres of identificatienummer waarmee je documenten terugvindt op andere machines. Als je die documenten op een duurzame manier toegankelijk wil houden, worden ze best toegankelijk gemaakt via een onveranderlijk, persistent webadres.

Periode: 2013 - 2016

Project ‘Persistente identificatie’ (2013 – 2014)

De centrale onderzoeksvraag van dit project was of het gebruik van persistente URI’s:

  • beheer van collectiedata stroomlijnt;
  • uitwisseling van collectiedata efficiënter maakt; en
  • dynamische verwerking van collectiedata in andere websites of mobiele toepassingen makkelijker maakt.

Een persistente URI is een webadres dat:

  • volgens bepaalde regels werd samengesteld;
  • een heldere en consistente structuur heeft;
  • makkelijker te beheren en te gebruiken is;
  • stabiel (onveranderlijk) en toegankelijk op lange termijn is.

Door kunstwerken, kunstenaars, objectnamen en bewaarinstellingen te identificeren met een persistente URI kan je informatie uit verschillende databanken makkelijk aan elkaar koppelen en de informatie eenvoudig doorzoekbaar maken. Door persistente URI’s te gebruiken die verwijzen naar externe databanken kan je de registratie van een kunstenaarsnaam, objectnaam of bewaarinstelling eenvoudiger en minder tijdrovend maken, terwijl je nieuwe mogelijkheden opent voor verrijking van je eigen collectiedata met informatie uit andere bronnen.  

In dit project werd uitgegaan van het principe dat elke collectie die persistente URI’s voor kunstwerken uit zijn collectie zelf beheert, m.a.w. elke collectiebeheerder is verantwoordelijk voor een ‘resolver service’ die URI’s voor kunstwerken uit zijn collectie beschikbaar maakt. Het project zocht uit hoe musea dit principe, dat in overeenstemming is met de Recommendation on Linked Open Data for museums van CIDOC (International Committee for Documentation) uit 2012, in de praktijk kan brengen.

Het project bestond uit drie onderdelen:

  • de normalisering van de identificatiegegevens van ongeveer 35.000 kunstwerken uit 10 verschillende collectiedatabanken. Daarbij werden kunstwerken, beschrijvingen, afbeeldingen, kunstenaars, objectnamen en bewaarinstellingen geïdentificeerd met een of meerdere persitente URI’s. Aanvullend werden ook de dateringen genormaliseerd.
  • De ontwikkeling van een Resolver service, een eenvoudige grafische schil op een webserver, waarmee collectiemedewerkers persistente URI’s voor kunstwerken kunnen beheren.
  • De ontwikkeling van een Demonstrator, een data aggregator die genormaliseerde en niet genormaliseerde collectiedata uit de tien databanken integraal doorzoekbaar maakt en toelaat om de resultaten voor en na normalisering met elkaar te vergelijken.

Meer informatie over dit project, alsook het eindrapport kunt u bekijken op CEST-website.

Project ‘Hoe word ik datauitgever?’ (2014 – 2015)

Een project rond het opstellen van een plan van aanpak voor de tien partnerorganisaties uit het project rond Persistente Identificatie, om de persistente URI’s voor kunstwerken, data en afbeeldingen te activeren en binnen elke organisatie iemand op te leiden om deze persistente URI’s te beheren.

Acties:

  • creatie van een roadmap voor het implementatie van de resolver in organisaties;
  • organisatie van twee workshops voor data-uitgevers-in-spe;
  • opmaak functieomschrijving en handboek voor de data uitgever.

Lees meer op CEST-website.

Project ‘Duurzame koppelingen tussen kunstwerken, archieven en publicaties’ (2016)

In het kader van dit project werd een reeks van pilootprojecten uitgevoerd waarin de geactiveerde persistente URI’s van kunstwerken werden gekoppeld aan een verwant bibliotheek- en archiefmateriaal en omgekeerd. Hierdoor worden museum-, bibliotheek- en archiefcollecties op een vernieuwende manier met elkaar vervlochten en toegankelijk gemaakt. De bezoekers van (digitale) museumcollecties vinden op die manier de weg naar bibliotheken en archieven en omgekeerd.

Die vervlechting bestaat uit het documenteren van persistente URI’s in elkaars collectiebeheersystemen en het vindbaar maken van de links in elkaars webportaal. Er werd ook telkens getracht om de collectiedata te verrijken met collectiedata uit de verwante collectie. Die verrijking werd gerealiseerd via uitwisseling van data via toegankelijke webportalen en API’s.

Op basis van de pilootprojecten werd ook een best practice gids voor het brede erfgoedveld gemaakt voor het gebruik van persistente URI’s bij het aan elkaar linken van verschillende collecties. De best practices werden afgeleid uit de analyse van de verschillende protocollen voor persistente identificatie uit de bibliotheek- en archiefsector en de vergelijking met de aanpak m.b.t. persistente identificatie uit de voorgaande fases van het traject.

Dit project werd uitgevoerd in samenwerking met het VIAA, KIK, Lukas, Archiefbank Vlaanderen, ANET, UGent, LIBIS, Cultuurconnect, Het Archief voor Hedendaagse Kunst in België, VKC, KMSKA, Groeningemuseum, MSKGent, SMAK, M HKA, Museum M Leuven.

De resultaten van dit project en de pilootprojecten kunt u bekijken op CEST-website.

Vlaanderen - Verbeelding werkt